Level 03 – Duidelijkheid | Meetinstrumenten – OrOnDi-Methode.

๐Ÿ—‚๏ธ Pagina inhoud.

๐ŸŽง Luister-box (Klik om te horen)

๐Ÿ” ๐Ÿงฉ ๐Ÿ’ก Level 03 ๐Ÿ‘‰ Meetinstrumenten | De OrOnDi-Methode geeft u alle duidelijkheid.

๐Ÿ” ๐Ÿงฉ ๐Ÿ’ก Level 03 ๐Ÿ‘‰ Meetinstrumenten | De OrOnDi-Methode geeft u alle duidelijkheid. WAIS, WISC, SEV, UCL, CBCL, TRF, YSR, NPV PMT, CBSK.

๐Ÿง  Level 03 – Duidelijkheid in Meetinstrumenten. Gevalideerde meetinstrumenten worden gebruikt voor Intelligentie (IQ) en Sociaal-Emotioneel onderzoek. ๐Ÿ‘‰ Deze meetinstrumenten dienen om het ontwikkelingsprofiel van een kind met Hoogbegaafdheid te objectiveren. โ†’ OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid waarborgt hiermee een wetenschappelijk onderbouwde analyse.

๐ŸŽฏ De methodologische school van OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid zet uitsluitend instrumenten in die voldoen aan strenge academische standaarden. ๐Ÿ‘‰ Van intelligentiemetingen tot sociaal-emotionele vragenlijsten en persoonlijkheidstests. โ†’ OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid creรซert een objectief beeld van een kind met Hoogbegaafdheid.

๐Ÿ“š De handleiding meetinstrumenten biedt een overzicht van de gevalideerde middelen die OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid inzet. ๐Ÿ‘‰ De ouders krijgen hiermee inzicht in cognitieve processen, coping en flow-motivatie. โ†’ OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid vormt zo de basis voor elk inhoudelijk en betrouwbaar adviestraject.

0. Samenvatting van alle Meetinstrumenten

De Handleiding Diagnostische Meetinstrumenten biedt een overzicht van de gevalideerde instrumenten die OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid inzet.

  • Intelligentie
    • WISC (Wechsler Intelligence Scale for Children)
    • WAIS (Wechsler Adult Intelligence Scale),
    • Raven (Progressive Matrices).
  • Sociaal en Emotioneel 
    • SEV (Sociaalโ€‘Emotionele Vragenlijst),
    • UCL (Utrechtse Coping Lijst),
    • BSI (Zelfrapportagevragenlijst)
  • Persoonlijkheid
    • CBCL (ASEBA-ouders), 
    • TRF (ASEBA-leerkrachten),
    • YSR (ASEBA-kinderen),
    • NPV (Nederlandse Persoonlijkheid Vragenlijst).
  • Flow-Motivatie en competentie beleving 
    • PMT  (Prestatiemotivatie Test),
    • CBSK (Competentie Beleving Schaal voor Kinderen),
    • HIT (Hogere Beroepen Interesse Test).

Elk instrument wordt ingezet ter ondersteuning van de Diagnostische Cyclus (De Bruyn et al., 2003).

1. Methodologische Handleiding

Meetinstrumenten worden niet gezien als op zich staande middelen om een kind te beoordelen of veroordelen. Alle genoemde meetinstrumenten zijn integraal onderdeel van de Methodologische Handleiding van OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid. De handleiding beschrijft de volledige diagnostische en begeleidingsaanpak conform de Diagnostische Cyclus (De Bruyn et al., 2003).

Dit kader omvat de:

  • klachtenanalyse (De Bruyn et al., 2003),
  • probleemanalyse (De Bruyn et al., 2003),
  • ernsttaxatie (Rutter, 1975; Rutter & Taylor, 2002),
  • multimodale diagnostiek (Lazarus, 1976; Kamphaus, 2005),
  • hypothesevorming (De Bruyn et al., 2003),
  • integratief beeld (De Bruyn et al., 2003).

De aanpak richt zich op vijf ontwikkelingsdomeinen en biedt een wetenschappelijk onderbouwd en handelingsgericht fundament voor het onderzoeken van kinderen met Hoogbegaafdheid of leerlingen met Hoogbegaafdheid.

2. Handleiding Multimodale Diagnostiek

Meetinstrumenten zijn slechts een fractie van de totale diagnostiek. De Handleiding Multimodale Diagnostiek beschrijft hoe OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid informatie uit meerdere bronnen en contexten combineert (Bornstein, 2017).

De werkwijze omvat meetinstrumenten zoals het:

  • door OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid ontwikkelde ontwikkelingsanamnese voor kinderen met Hoogbegaafdheid,
  • contextanalyse,
  • observaties,
  • analyse van schoolwerk.

Deze multimodale (Lazarus, 1976; Kamphaus, 2005) benadering met gevalideerde meetinstrumenten is essentieel voor het herkennen van de dynamiek tussen kinderen met Hoogbegaafdheid en de omgeving.

3. De COTAN (Commissie Testaangelegenheden Nederland)

(Bron: https://www.cotandocumentatie.nl/cotan/)

Het onafhankelijke orgaan dat de kwaliteit van psychodiagnostische meetinstrumenten in Nederland beoordeelt.

De Commissie Testaangelegenheden Nederland is een centrale commissie van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP).

De โ€˜missieโ€™ van de is het bevorderen van de kwaliteit van tests en testgebruik in Nederland door testgebruikers, testontwikkelaars en testuitgevers te informeren over de beschikbaarheid, de inhoud en de kwaliteit van diverse instrumenten.

Dit doet zij enerzijds door het beoordelen van de kwaliteit van een breed scala aan tests, toetsen en vragenlijsten en anderzijds door het opstellen van standaarden over het gebruik van (psychologische) meetinstrumenten, zoals de Algemene Standaard Testgebruik NIP.

OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid hanteert meetinstrumenten met een positieve beoordeling op de criteria:

  • betrouwbaarheid,
  • begripsvaliditeit,
  • criteriumvaliditeit.

Dit minimaliseert het risico op misdiagnose bij kinderen met Hoogbegaafdheid.

4. Sociaalโ€‘Emotionele Vragenlijst

(Bron: http://testweb.bsl.nl/tests/sev/)

De Sociaalโ€‘Emotionele Vragenlijst is een gedragsbeoordelingslijst waarmee kan worden nagegaan in hoeverre kinderen problemen vertonen in hun sociaal- emotionele ontwikkeling.

De Sociaalโ€‘Emotionele Vragenlijst kan worden ingevuld door beoordelaars die goed op de hoogte zijn van het gedrag van het kind.

Daarnaast kunnen bijvoorbeeld maatschappelijk werkers, groepsleiders, psychologen, orthopedagogen en andere professionele hulpverleners die het kind goed kennen het instrument invullen.

De uitslag mag echter alleen geรฏnterpreteerd worden door psychodiagnostisch bevoegde professionals.

De ouders hebben 72 vragen beantwoord die uiteindelijk in clusters van sociaal- emotionele problematiek worden gescoord:

Aandachtstekort met hyperactiviteit (ADHD),

Sociaal probleemgedrag:

  • oppositioneel opstandig gedrag โ€“ODD-,
  • agressief gedrag,
  • antisociaal gedrag โ€“CD-,

Angstig-/ stemmings gestoord gedrag,

Autistisch gedrag.

De SEV helpt bij het vroegtijdig opsporen van deze kinderen en maakt het mogelijk om op tijd over te gaan tot het inzetten preventieve interventies. Indien kinderen met een sociaal-emotionele problematiek geen goede begeleiding krijgen, lopen zij de kans later ernstige aanpassingsstoornissen te ontwikkelen.

OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid gebruikt meetinstrumenten als SEV voor het methodisch in kaart brengen van gedragskenmerken en emotionele ontwikkeling.

5. De Utrechtse Copinglijst (UCL)

(Bron: Handleiding UCL)

De Utrechtse Copinglijst (UCL) is een vragenlijst voor personen vanaf 14 jaar die het coping gedrag meet. Dat wil zeggen de manier waarop iemand omgaat met problemen of stressvolle situaties. Coping wordt hierbij opgevat als een persoonlijkheidsstijl.

Actief aanpakken

Een schaal die verwijst naar de situatie rustig van alle kanten bekijken, de zaak op een rijtje zetten, doelgericht en met vertrouwen te werk gaan om het probleem op te lossen.

Palliatieve reactie

Een schaal die verwijst naar afleiding zoeken en zich met andere dingen bezig houden om niet aan het probleem te hoeven denken. Proberen zich wat prettiger te voelen door te roken, te drinken of zich wat te ontspannen.

Vermijden, afwachten

Een schaal die verwijst naar de zaak op zijn beloop laten, de situatie uit de weg gaan of afwachten wat er gaat gebeuren.

Sociale steun zoeken

Een schaal verwijst naar het zoeken van troost en begrip bij anderen. Zorgen aan iemand vertellen of hulp vragen.

Passief reactie patroon

Eenschaal die verwijst naar zich volledig door de problemen en de situatie in beslag laten nemen. De zaak somber inzien en zich piekerend in zichzelf terugtrekken. Vervolgens niet in staat om iets aan de situatie te doen en piekeren over het verleden.

Expressie van emoties

Een schaal die verwijst naar het laten blijken van ergernis of kwaadheid, spanningen afreageren. U scoort hierop hoog. U laat ergernis of kwaadheid in hoge mate blijken; reageert spanningen af.

Geruststellende en troostende gedachten

Een schaal die verwijst naar het zichzelf geruststellen met gedachten als โ€˜anderen hebben het ook wel eens moeilijkโ€™/โ€˜er zijn nog wel ergere dingenโ€™ en zichzelf moed inspreken.

OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid gebruikt meetinstrumenten als UCL voor het methodisch in kaart brengen van gedragskenmerken en emotionele ontwikkeling.

6. De Brief Symptom Inventory (BSI)

(Bron: De Beurs, E. (2008). Brief symptom inventory handleiding. Leiden: The Netherlands: PITS B.V.)

De Brief Symptom Inventory is een multidimensionale klachtenlijst die weergeeft in welke mate een persoon gedurende de afgelopen periode last had van psychische en/of lichamelijk symptomen. De test bestaat uit 53 items gescoord van โ€œhelemaal geen = 0 tot heel veel = 4โ€.

Er zijn 9 sub schalen te weten:

  • (1) Somatische klachten,
  • (2) Cognitieve problemen,
  • (3) Interpersoonlijke gevoeligheid,
  • (4) Depressieve stemming,
  • (5) Angst,
  • (6) Hostiliteit,
  • (7) Fobische angst,
  • (8) Paranoรฏde gedachten en
  • (9) Psychoticisme.

OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid gebruikt meetinstrumenten als BSI voor het methodisch in kaart brengen van gedragskenmerken en emotionele ontwikkeling.

7. ASEBA (Achenbach System of Empirically Based Assesment)

(Bron: http://www.aseba.nl/)

ASEBA is het acroniem voor “Achenbach System of Empirically Based Assessment”.

ASEBA is een verzameling vragenlijsten, interviews en observatielijsten voor het aangeven van emotionele en gedragsproblemen.

Deze lijsten kunnen door de ouders, leerkrachten en door de leerling zelf worden ingevuld en zijn geschikt voor een initiรซle gedragsanalyse en een DSM gedragsindicatie voor kinderen van anderhalf tot en met achttien.

De lijsten zijn ontwikkeld door Tom Achenbach van de universiteit van Vermont in Amerika en in het Nederlands vertaald door Frank Verhulst en Jan van der Ende van de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie van het Erasmus MC – Sophia.

De vragen over gedrag vormen acht empirische probleemschalen (verdeeld in twee samengevoegde schalen).

Bij de gecombineerde schaal internaliseren ligt het accent op de mate waarin de leerling de problemen als het ware naar binnen richt, zoals dit zich uit in angstig depressieve en teruggetrokken depressieve problemen en somatische klachten.

Bij de gecombineerde schaal externaliseren ligt het accent op de mate waarin de leerling de problemen als het ware afreageert op de buitenwereld, zoals dit voorkomt bij regelovertredend en agressief gedrag.

De empirische gegevens kunnen ook worden omgerekend tot zes schalen op basis van het DSM classificatiesysteem:

  • Affectieve Problemen,
  • Angstproblemen,
  • Lichamelijke Problemen,
  • Aandachtstekort Hyperactiviteit problemen,
  • Oppositioneel Opstandige Problemen,
  • Gedragsproblemen.

Een internationaal gevalideerd systeem (Achenbach System of Empirically Based Assessment) voor multimodale rapportage door het kind (YSR), de ouders (CBCL) en de leerkracht (TRF).

7.a Gedragsvragenlijst voor Kinderen van 6-18 jaar (CBCL/6-18)

De Gedragsvragenlijst voor Kinderen van 6-18 jaar (CBCL/6-18, Child Behavior Checklist for Ages 6-18) is een vragenlijst voor de ouders, waarop ze vragen kunnen beantwoorden over vaardigheden en gedrag. De ouders krijgen eerst 20 open vragen aangaande vaardigheden in de sfeer van activiteiten, sociale contacten en schoolwerk. Vervolgens moeten de ouders 112 specifieke vragen over emotionele- en gedragsproblemen beantwoorden, waarbij de ouders moeten aangeven hoe goed een probleem nu of in de afgelopen 6 maanden van toepassing is op de leerling. Dit gebeurd door volgende antwoordmogelijkheden te omcirkelen: 0 = helemaal niet, 1 = een beetje of soms, 2 = duidelijk of vaak.  

7.b Gedragsvragenlijst voor Kinderen van 6-18 jaar, Informatie Leerkracht (TRF)

De Gedragsvragenlijst voor kinderen, Informatie Leerkracht (TRF, Teacherโ€™s Report Form for Ages 6-18) is een vragenlijst waarop leerkrachten vragen kunnen beantwoorden over schoolwerk, functioneren en emotionele- en gedragsproblemen. Ook kunnen leerkrachten scores op schoolvordering toetsen en intelligentietests vermelden. De TRF omvat 118 probleemvragen waarvan 93 ook op de CBCL/6-18 voorkomen. De andere vragen gaan over gedrag dat ouders niet goed kunnen waarnemen, zoals: vindt het moeilijk om aanwijzingen op te volgen, stoort andere leerlingen, veroorzaakt onrust in de klas.

7.c Zelf in te Vullen Vragenlijst voor 11-18 jarigen (YSR)

De Zelf in te Vullen Vragenlijst voor 11-18 jarigen (YSR, Youth Self-Report for Ages 11-18) is een vragenlijst waarop de leerling vragen over zichzelf kan beantwoorden in de sfeer van vaardigheden en emotionele- en gedragsproblemen. Veel van deze vragen zijn hetzelfde als op de CBCL/6-18, aangevuld met veertien sociaal wenselijke vragen waarop de meeste jongeren positief antwoorden.

OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid gebruikt meetinstrumenten als ASEBA vragenlijsten voor het methodisch in kaart brengen van persoonlijkheid in relatie tot context zoals gezin en school.

8. Nederlandse Persoonlijkheidsvragenlijst (NPV)

(Bron: Handleiding NPV-J)

De Junior Nederlandse Persoonlijkheids Vragenlijst is een vragenlijst voor kinderen van 9 tot en met 15 jaar.

Op het antwoordblad van de NVP-J staan  105 stellingen. โ€˜Jaโ€™ omcirkelen als de stelling over het gedrag past en โ€˜neeโ€™ als het gedragskenmerk niet van toepassing is. Bij het niet zeker weten kan het vraagteken worden omcirkeld.

Op deze manier wordt vanuit de eigen beleving een zo nauwkeurig mogelijk beeld van de persoonlijkheidskenmerken opgebouwd. De antwoorden geven een beeld van zeven persoonlijkheidsaspecten, te weten:

Inadequatie

Een schaal die aangeeft of er sprake is van vage angsten, vage lichamelijke klachten, gedrukte stemming en insufficiรซntie-gevoelens.

Sociale inadequatie

Een schaal die verwijst naar het vermijden van of het zich ongelukkig voelen in sociale contacten.

Rigiditeit

Een schaal die te maken heeft met het volgens plan willen laten verlopen van gebeurtenissen en met vaste gewoonten en principes. In sommige items/vragen komt ook een zekere intellectuele starheid naar voren.

Verongelijktheid

Een schaal die aangeeft of er sprake is van kritiek op en wantrouwen van andere mensen. U scoort hierop beneden gemiddeld.

Zelfgenoegzaamheid

Een schaal die aangeeft of er sprake is van een sterk gevoel van tevredenheid met zichzelf en tegelijkertijd een desinteresse voor een ander en diens problemen.

Dominantie

Een schaal die aangeeft of er sprake is van initiatief willen nemen en leiding willen geven aan anderen en zelfvertrouwen in een groep.

Zelfwaardering Een schaal die verwijst naar een positieve houding ten opzichte van werken, zichzelf en het leven, en goed aangepast en actief zijn.

OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid gebruikt meetinstrumenten als NPV voor het methodisch in kaart brengen van persoonlijkheid in relatie eigen beleving.

9. PMT-K voor kinderen van 10 t/m 15 jaar.

(Bron: Handleiding PMTโ€‘K)

De Prestatie Motivatie Test voor Kinderen is een vragenlijst voor kinderen van 10 tot en met 15 jaar en probeert inzicht te geven op vier onderstaande persoonlijkheidskenmerken en/of gedragskenmerken. Op het antwoordblad van de PMT-K staan 80 stellingen waarop het kind met Hoogbegaafdheid moet antwoorden.

Het kind met Hoogbegaafdheid kan daarbij kiezen uit een aantal opties in een multiple choice opzet, wat wil zeggen dat het kind met Hoogbegaafdheid gedwongen wordt uit een antwoordmogelijkheid te kiezen. Op deze manier wordt vanuit de eigen beleving een zo nauwkeurig mogelijk beeld van zijn gedragskenmerken opgebouwd aan de hand van een viertal gebieden.

Een specifiek instrument voor het meten van prestatiemotivatie, faalangst en positieve faalangst (Flow-Motivatie).

Prestatiemotief

Tendens tot presteren, presteren in de zin van uitblinken in de ogen van zichzelf en anderen.

Negatieve faalangst

Angst om te falen in de mate waardoor het kind met Hoogbegaafdheid vooral minder goed functioneert in taaksituaties die relatief ongeยญstructureerd zijn en die stress oproepen.

Positieve faalangst

Angst die een persoon in een optimaยญle spanningstoestand brengt.

Sociale wenselijkheid

De mate waarin het kind met Hoogbegaafdheid zich in het algemeen naar anderen toe beter voor te doen dan het kind met Hoogbegaafdheid in werkelijkheid is.

OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid gebruikt meetinstrumenten als PMT-K voor het methodisch in kaart brengen van Flow-Motivatie.

10. Competentiebelevingsschaal voor kinderen (CBSK)

(Bron: Handleiding competentiebelevingsschaal)

De competentiebelevingsschaal is een vragenlijst voor kinderen van 8 tot en met 11 jaar die de competentiebeleving op een aantal niveaus toetst. De zes schalen worden weergegeven in een percentielscore. Percentiel 15 t/m 85 worden als gemiddeld beschouwd de maximale score is percentiel 98.

  • – Schoolvaardigheden, โ€ฆโ€ฆ..
  • – Sociale contacten, โ€ฆโ€ฆโ€ฆ..
  • – Sportieve vaardigheden, โ€ฆโ€ฆโ€ฆ
  • – Fysieke verschijning, โ€ฆโ€ฆโ€ฆ..
  • – Gedragshouding, โ€ฆโ€ฆโ€ฆ

OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid gebruikt meetinstrumenten als CBSK voor het methodisch in kaart brengen van Flow-Motivatie.

11. Hogere beroepen Interesse Test (HIT)

(Bron: Swets & Zeitlinger B.V., Lisse, 1998)

De hogere beroepen interesse test (HIT) is een meetinstrument voor school- en beroepskeuze vanaf HAVO/VWO-niveau. Er worden zeven soorten werk met elkaar vergeleken in de HIT. (Zeer) hoge scores op het interesse profiel geven een gerichte belangstelling aan, deze scores zijn met name van belang voor een opleiding of beroep. Gemiddelde en lage scores zijn van minder betekenis. Zeer lage scores zijn wel van betekenis.

Hiermee wordt aangegeven dat bepaalde werkzaamheden liever worden vermeden. Wanneer het interesseprofiel alleen gemiddelde scores laat zien, betekent dit dat voor alles evenveel (of even weinig) belangstelling bestaat.  De (zeer) hoge scores (gearceerde gebied) zijn indicaties, bedenkt daarbij dat bij beroepskeuze niet alleen de hoogste voorkeur meetelt. Denk ook aan de gevolgde opleiding(en), vaardigheden, of hier werk in te vinden is, en dergelijke.

Een beroep heeft altijd meerdere aspecten, er zijn combinaties van interesse gebieden mogelijk. Iemand die een technische opleiding doet en vooral geรฏnteresseerd is in de handel, kan bijvoorbeeld technisch bedrijfsleider worden of gaan werken in de autohandel. Een technicus met belangstelling voor werken met mensen kan bijvoorbeeld technische voorzieningen voor gehandicapten verzorgen. Iemand met een administratieve opleiding kan ook op verschillende terreinen werk vinden.

Bijvoorbeeld als administrateur op een tuinbouwbedrijf, in een technisch bedrijf, een laboratorium, een theaterschool een ziekenhuis of een handelskantoor.

De score van interesses is op basis van de door de persoon zelf ingevulde vragenlijst.

OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid gebruikt meetinstrumenten als HIT voor het methodisch in kaart brengen van Flow-Motivatie.

๐ŸŒฑ OrOnDi-Methode Verdieping Levels

๐Ÿ“ info@OrOnDiPraktijk.nl ๐Ÿ“ง
๐Ÿ›ก๏ธ Privacy by Design
Level 04 ๐Ÿ‘‰ →