🗂️ Pagina inhoud.
- 👉 🎧 Luister-box (Klik om te horen)
- 👉 0. Samenvatting
- 👉 1. Waarom school niet aansluit bij de manier van denken
- 👉 2. Onderwijs / school = politiek machtsmiddel.
- 👉 Sparta – Lijfstraffen als educatief middel tot man worden.
- 👉 China – Onderdrukking met de doctrine van gelijkwaardigheid.
- 👉 Pruisen – Onderwijs als middel tot het organiseren van de militaire dictatuur.
- 👉 Europa/wereldwijd – School als instelling tot kerstening met mishandeling als wapen.
- 👉 Engeland en de invloed van het industrieel onderwijsmodel
- 👉 Na 1948 – educatie als machtsmiddel van links
- 👉 Ted Talk Sir Ken Robinson
- 👉 3. Waarom leerlingen met Hoogbegaafdheid vastlopen
- 👉 4. Wetenschappelijke bevindingen (2008-2024)
- 👉 5. Hoe ouders de school kunnen ondersteunen
- 👉 🌱 OrOnDi-Methode Verdieping Levels
🎧 Luister-box (Klik om te horen)
🏰 Level 05 👉 School | Mijn leerling met Hoogbegaafdheid, ervaart problemen met school.
🧠 Level 05 – Contextfactor School. Het onderwijssysteem sluit vaak niet aan op het tempo en de flow van een kind met Hoogbegaafdheid. 👉 Er ontstaat frustratie door te trage instructie en standaardisering. → OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid biedt scholen inzicht om het leerproces weer af te stemmen op de leerling.
🎯 Het jaarklassensysteem is een industrieel relikwie welke anesthetisch overleven in de klas veroorzaakt. 👉 De indeling op leeftijd is een ongefundeerde classificatie die divergent denken van een kind met Hoogbegaafdheid smoort. → OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid stopt het belemmeren van leerontwikkeling door inzet op Flow-Motivatie.
📚 Wanneer instructie te traag of te sturend is, ontstaan frustratie en onderpresteren door een mismatch met het systeem. 👉 De ouders herkennen dat niet het kind met Hoogbegaafdheid vastloopt, maar het onderwijs. → OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid creëert leeromgevingen die passen bij de werkelijke leerontwikkeling.
0. Samenvatting
Veel ouders merken dat hun kind met Hoogbegaafdheid op school anders leert, denkt en reageert dan leeftijdsgenoten. Niet omdat het kind ‘moeilijk’ is, maar omdat het onderwijssysteem vaak niet aansluit op het tempo, de denkwijze en de Flow-Motivatie van leerlingen met Hoogbegaafdheid. Wanneer instructie te klein, te traag of te sturend is, ontstaan frustratie, terugtrekgedrag of onderpresteren (Span, 1988; de Vries, 1996; Bransford et al., 2000; Csikszentmihalyi, 1990)— niet door onwil, maar door een mismatch tussen leerling en systeem.
Deze pagina laat zien hoe de schoolcontext een bepalende rol speelt in de leerontwikkeling van leerlingen met Hoogbegaafdheid. Ouders herkennen steeds vaker dat het niet het kind is dat vastloopt, maar het onderwijs dat onvoldoende aansluit. OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid biedt scholen en ouders inzicht in hoe instructie, leerontwikkeling en motivatie wél kunnen worden afgestemd op het denkproces van deze leerlingen.
De aanpak is gebaseerd op eigen gepubliceerd wetenschappelijk empirisch onderzoek naar instructie, leerontwikkeling en Flow-Motivatie. Hiermee wordt zichtbaar hoe scholen binnen de reguliere klas een leeromgeving kunnen creëren die past bij leerlingen met Hoogbegaafdheid — en hoe ouders de school daarbij kunnen ondersteunen.
Deze kennisbankpagina beschrijft hoe scholen de leerontwikkeling van hoogbegaafde leerlingen kunnen versterken. Thema’s zoals onderpresteren, motivatie, executieve functies, leerbehoeften en onderwijsaanpassingen worden gekoppeld aan wetenschappelijke inzichten en praktijkervaring. De pagina laat zien hoe een goed afgestemde leeromgeving bijdraagt aan welzijn, motivatie en duurzame leerontwikkeling. De inzichten vormen een basis voor begeleiding binnen de schoolcontext én voor samenwerking tussen school, ouders en leerling.
1. Waarom school niet aansluit bij de manier van denken
Hoogbegaafde leerlingen ontwikkelen zich op school vaak anders dan hun leeftijdsgenoten. Hun leerproces wordt beïnvloed door motivatie, autonomie, executieve functies en de mate waarin het onderwijs aansluit bij hun cognitieve en emotionele behoeften. Wanneer de schoolomgeving onvoldoende uitdaging, structuur of erkenning biedt, kunnen onderpresteren, frustratie of terugtrekgedrag ontstaan. Deze pagina verkent hoe scholen hoogbegaafde leerlingen effectief kunnen ondersteunen, met aandacht voor leerontwikkeling, flow‑motivatie en de rol van passend onderwijs.
Zonder plusklassen, zonder uitzonderingsposities, en zonder de leerling met Hoogbegaafdheid te problematiseren.
2. Onderwijs / school = politiek machtsmiddel.
De mythe dat school en onderwijs vooral het doel dient uw kind te helpen, is in de loop der tijden in kracht toegenomen. Dat deze mythe gevaarlijk is, blijkt uit divers onderzoek en praktijkvoorbeelden. Hieronder een historisch overzicht van de eerste educatieve instellingen in Sparta, China en Pruisen tot en met het als onderdrukking bedoelde onderwijsmodel van Engelsen. Laat u vooral niet wijsmaken dat onderwijs en school uw kind zou dienen. In Pruisen was het onderwijssysteem van zelfontwikkeling, ook bedoeld om burgers te onderwerpen aan de machtswellust.
Educatieve systemen zijn overwegend ingezet om vrije leerontwikkeling van leerlingen, rassen of authentieke bewoners te onderdrukken tot en met het elimineren van de identiteit of kerstenen van de bevolking. Kerstening is het historische bekeren van niet-christelijke volkeren tot het christendom door aanhangers van het christelijk geloof en hun wereldlijke bondgenoten. Dat gebeurde vaak massaal en ook door systematisch gebruik van geweld of het inzetten van zware straffen. Dit werd destijds vooral salonfähig gemaakt door de bewering dat alleen het Westen een beschaving was en de rest van de wereld niet.
Sparta – Lijfstraffen als educatief middel tot man worden.
In Griekenland werd het vormen van kinderen ten behoeve van de machthebber als eerste bedacht. Deze meest gruwelijke dictatuur van vechtersbazen, bedacht een systeem van onderwijs om de meerderheid van de bevolking te kunnen onderdrukken. De gedachte was als een kind in de basisschoolleeftijd volgens de beginselen van de minderheid worden opgevoed, zijn het later de perfecte soldaten voor Sparta. Onderdeel van die scholen was het afranselen van kinderen, waarbij bewust stokslagen werden ingezet om kinderen te verharden.
China – Onderdrukking met de doctrine van gelijkwaardigheid.
De machthebbers in China hadden scholing voor ambtenaren, waarin zeer jonge kinderen begonnen met leren van de wetten van Confucius. Als ze de duizenden tekens van de leer van Confucius na vele jaren meester waren, moesten deze meestal mannen een examen doen. De machthebber in China wilde op die manier de eigen macht verhogen, door mensen uit zijn zogenaamde onderwijssysteem in het ambtenaar apparaat te werken. Waarmee de ambtenaren van rivaliserende families buiten het ambtenaar apparaat van China konden worden gehouden.
In China is feitelijk de doctrine bedacht, waar ouders en leerlingen in de huidige onderwijs retoriek mee te maken krijgen. Machthebbers die beweren dat onderwijs zorgt voor gelijke kansen, mensenrechten en dat daarmee intellect wordt beloond. Dit terwijl in China vooral de knappe koppen uit de bevolking werden gevist, om in diens van de machthebber het ambtenaar apparaat te dienen.
Pruisen – Onderwijs als middel tot het organiseren van de militaire dictatuur.
De feitelijke basis van onderwijs heeft oorsprong in de militaire dictatuur van Pruisen, waar scholen werden opgericht om rebellerende burgers te onderdrukken. Destijds zwakke positie van de machthebbers in Pruisen, gaven revolte die is onderdrukt door onderwijs met daarin de doctrine die de machthebber wilde. Het systeem in Pruisen werkte dermate perfect, dat de machthebbers een stralend leger wisten te realiseren. De kern van het onderwijs in Pruisen was de gehoorzaamheid. Dit systeem zou bijna ten onder gaan, als de machhebbers niet een onderwijsplicht hadden ingevoerd voor kinderen.
Europa/wereldwijd – School als instelling tot kerstening met mishandeling als wapen.
Daar waar vorming in Sparta en doctrine in China het onderwijs salonfähig wist te maken en de werkelijke reden van machthebbers wist te verhullen, bedacht men in Pruisen dat discipline door educatie de vorm was voor een sterke natie. Het gevolg was dat door de opkomst van Pruisen als militaire macht, vele landen naar Pruisen zijn gegaan om het zogenaamde educatieve systeem te bestuderen en over te nemen. De beginselen van disciplineren als positief voor de samenleving werd wereldwijd algemeen geaccepteerd. Gevolgen waren onder andere het volledig normaal vinden dat op school kinderen werden mishandeld.
Engeland en de invloed van het industrieel onderwijsmodel
Het educatief model werd in Engeland ingezet om de bevolking in grote delen van het Britse Empire te onderdrukken. Lijfstraffen waren aan de orde van de dag, maar onderwijs is bijvoorbeeld in Canada actief ingezet om kinderen de eigenwaarde te ontnemen. Engelsen wilden de veroverde gebieden zoals Ierland, Wales of Schotland blijvend gebruiken als gebieden waar armoede als wapen kon worden ingezet. Om als machthebbers de bevolking te verdelen en isoleren, bleek het onderwijs een perfect selectie systeem.
Na 1948 – educatie als machtsmiddel van links
Onderwijs is nooit los te zien van de doelen die machthebbers voor ogen hebben. Alhoewel sedert WO II het lastig is geworden om machthebbers te herkennen. In 1948 is in de UN de Rechten van de Mens verzonnen, waarbij het lijkt alsof dat ten goede van u en uw kind komt. Onderwijs is ingebed in die declaratie, waardoor educatie ineens geen machtsmiddel meer was. Uiteraard is dat na vele eeuwen van middel tot onderdrukking niet mogelijk. Het probleem is om onderwijs te duiden als machtsmiddel en middel ter onderdrukking.
In de jaren 70 is in Europa en met name in Nederland wel duidelijk te zien hoe scholen worden gebruikt door linkse partij politiek (destijds nog onder de noemer Sociaal Democratie). Het sprekende voorbeeld is de extreme nadruk op irrelevante vernieuwingen als de leerkracht bij de voornaam noemen en het uit faseren van de rol van mannelijke leerkrachten. De doctrine dat vooral kinderen op basisschool leeftijd, moeten worden gevormd voor politieke doelen, zoals reeds in Sparta het geval, blijkt de eeuwen te hebben overleeft.
De gevolgen van die links politieke machtsinvloed op het educatief systeem is tot op heden voelbaar en de grootste reden dat school achterstanden in ontwikkeling veroorzaakt bij leerlingen met Hoogbegaafdheid. Het heeft immers geen opportuun doel om knappe koppen te genereren, daar de arbeiders voor de fabriek geen knappe koppen zijn. Het hoofddoel van het educatief stelsel is het vormen naar de doctrine van gelijkheid, waarbij het beter zijn dan een ander als een schande wordt gezien. Educatie is tot op heden een wapen van machthebbers gebleken, getuige de TED-Talk van Sir Ken Robinson.
Ted Talk Sir Ken Robinson
De perfecte manier om uw achterstand over onderwijs en de reden dat het niet aansluit op leerontwikkeling en leerbehoefte van kinderen, is door het bekijken van de talk van Sir Ken Robinson omgezet in een animatie vanwege de informatiedichtheid van zijn TED-Talk. Deze animatie van de TED Talk van Sir Ken Robinson is volledig in lijn met de methodologische en pedagogische beginselen van OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid. De inhoud bekritiseert de lineaire ontwikkelingslijn van het jaarklassensysteem en benadrukt de noodzaak van divergent denken, Flow-motivatie en asynchrone ontwikkeling.

RSA ANIMATE, Sir Ken Robinson, Copyright © 2010, Uitleg over fictieve lineaire ontwikkelingslijn, jaarklassensysteem, standaardisering, Flow-Motivatie en de saaie school.
Het jaarklassensysteem is een industrieel relikwie dat uitgaat van standaardisering. Dit proces smoort divergent denken en negeert de asynchrone ontwikkeling van leerlingen met Hoogbegaafdheid, wat leidt tot een gebrek aan Flow-Motivatie en noodzaakt leerlingen met Hoogbegaafdheid tot ‘anesthetisch’ RSA ANIMATE, Sir Ken Robinson, Copyright © 2010 overleven in de klas. (Interne referentie naar de animatie die op verzoek beschikbaar wordt gesteld.)
Lesmateriaal voor ouders, scholen en professionals ter ondersteuning van de OrOnDi-Methode.
OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid signaleert al 25 jaar dat veel leerlingen met Hoogbegaafdheid niet vastlopen omdat zij “anders” zijn, maar omdat school hen benadert alsof zij gemiddeld zijn. Literatuurstudie laat zien dat leerlingen met Hoogbegaafdheid frustratie, terugtrekgedrag of onderpresteren ontwikkelen wanneer instructie te weinig uitdaging biedt — niet door gebrek aan capaciteiten, maar door een gebrek aan passende leerontwikkeling (Span, 1988; de Vries, 1996; Bransford et al., 2000; Csikszentmihalyi, 1990).
📚 1. “Wanneer instructie te klein, te traag of te sturend is…”
Dit deel is gebaseerd op literatuur over instructional design, onderwijspsychologie en leerontwikkeling:
- Dede (2008, 2009) – beschrijft dat traditioneel onderwijs vaak te lineair, te sturend en te gefragmenteerd is voor leerlingen die sneller denken.
- Merrill (2002, 2007) – benoemt dat instructie die te oppervlakkig of te weinig uitdagend is, onvoldoende leerontwikkeling activeert.
- Bransford & Nitsch (1978) – benadrukken dat leren stokt wanneer instructie te weinig cognitieve diepgang biedt.
- Wiske et al. (2001) – beschrijven dat te veel sturing reflectie en begrip belemmert.
📚 2. “…ontstaat frustratie, terugtrekgedrag of onderpresteren…”
Dit deel komt uit de literatuur over gedrag van leerlingen met Hoogbegaafdheid:
- Span (1988) – beschrijft frustratie, terugtrekgedrag, afleiding en afwijkend gedrag bij onderprikkeling.
- de Vries (1996) – benoemt dat leerlingen met Hoogbegaafdheid zich terugtrekken of aanpassen wanneer ze niet worden uitgedaagd.
- Betts & Neihart (1988) – koppelen onderpresteren aan mismatch tussen onderwijs en cognitieve behoefte.
- Mönks & Ypenburg (1993) – beschrijven dat motivatie daalt wanneer onderwijs niet aansluit.

📚 3. “…niet door gebrek aan capaciteiten, maar door gebrek aan passende leerontwikkeling.”
Dit deel is een synthese van:
- Zimmerman (2000) – laat zien dat wetenschappelijke redeneervaardigheden zich alleen ontwikkelen bij passende cognitieve uitdaging.
- De Jong (2006) – toont dat misconcepties blijven bestaan wanneer leerontwikkeling niet wordt geactiveerd.
- Bransford, Brown & Cocking (2000) – benadrukken dat leren afhankelijk is van de kwaliteit van instructie, niet van aangeboren capaciteit.
- Csikszentmihalyi (1990) – koppelt motivatie en prestaties aan optimale uitdaging (flow).
- Renzulli (1978) – stelt dat capaciteiten pas tot uiting komen bij passende motivatie en omgeving.

OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid werkt daarom niet vanuit labels, mythes of aannames, maar vanuit wetenschappelijk onderzoek naar instructie, leerontwikkeling en motivatie. OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid laat scholen hieronder kennis maken met waarom een leerling met Hoogbegaafdheid vast loopt als de instructie van de leerkracht vooral als resultaat heeft dat leerlingen met Hoogbegaafdheid frustratie, terugtrekgedrag of onderpresteren ontwikkelen doordat de instructie te weinig uitdaging biedt — niet door gebrek aan capaciteiten, maar door een gebrek aan passende leerontwikkeling.
Dit is een aanloop naar hoe leerlingen met Hoogbegaafdheid te begeleiden binnen de reguliere klas, zonder plusklassen, zonder uitzonderingsposities, en zonder het kind te problematiseren.
3. Waarom leerlingen met Hoogbegaafdheid vastlopen
Veel scholen herkennen het gedrag: een leerling die snel afhaakt, zich terugtrekt, fel reageert of juist opvallend weinig inzet toont. Dit wordt vaak gezien als motivatieprobleem, terwijl het in werkelijkheid een instructieprobleem is. Literatuurstudie laat zien dat leerlingen met Hoogbegaafdheid sneller verbanden leggen, complexere denkstappen maken en behoefte hebben aan betekenisvolle cognitieve uitdaging (Mönks & Ypenburg, 1993; Span, 1988).
📚 1. “Sneller verbanden leggen en complexere denkstappen maken”
- Mönks & Ypenburg (1993) – Leerlingen met Hoogbegaafdheid verwerken informatie sneller en leggen grotere conceptuele verbanden.
- Betts & Neihart (1988) – beschrijven abstract, complex en snel denken als kenmerkend.
- Bransford et al. (2000) – sterke voorkennis versnelt begrip en integratie van nieuwe kennis.
- De Jong & van Joolingen (1998) – Leerlingen met Hoogbegaafdheid leggen sneller causale verbanden in complexe domeinen.
📚 2. “Terugtrekken, afhaken, fel reageren of weinig inzet tonen”
- Span (1988) – onderprikkeling leidt tot frustratie, terugtrekken, afleiding en verminderde inzet.
- de Vries (1996) – Leerlingen met Hoogbegaafdheid passen zich aan of trekken zich terug bij gebrek aan uitdaging.
- Mönks & Ypenburg (1993) – motivatie daalt wanneer onderwijs niet aansluit.
📚 3. “Behoefte aan betekenisvolle cognitieve uitdaging”
- Csikszentmihalyi (1990) – optimale motivatie ontstaat bij voldoende uitdaging (flow).
- Renzulli (1978) – motivatie is essentieel en ontstaat alleen bij betekenisvolle taken.
- Merrill (2002, 2007) – diepe leerprocessen vragen om cognitief rijke instructie.
- Bransford & Nitsch (1978) – leren stokt bij te oppervlakkige instructie
Wanneer leerlingen met Hoogbegaafdheid jarenlang worden aangesproken op een niveau dat niet past bij hun cognitieve ontwikkeling en een instructie krijgen die niet aansluit. Dan ontstaat het gedrag dat in het onderwijs bekendstaat als “onderpresteren”. OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid toont in eigen wetenschappelijk onderzoek aan dat dit geen eigenschap van het kind is, maar een reactie op een school omgeving die niet aansluit.
4. Wetenschappelijke bevindingen (2008-2024)
Het wetenschappelijk empirisch kwalitatief en kwantitatief onderzoek van OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid, bouwt voort op de studie van internationale literatuur en laat zien hoe leerlingen met Hoogbegaafdheid daadwerkelijk leren, denken en reageren binnen de klas. In meerdere onderzoeksreeksen (2008–2024) onderzocht OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid de effecten van verschillende instructievormen op motivatie, misconcepties, emoties en leerontwikkeling.
De belangrijkste bevindingen zijn:
📚 1. “Misconcepties verdwijnen beter bij onderzoekend leren”
OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid onderzoek (2008–2024) toont aan:
- Misconcepties na directe instructie: gemiddeld 0,35
- Misconcepties na onderzoekend leren: gemiddeld 0,90
- Conclusie ➝ Onderzoekend leren corrigeert misconcepties significant beter.
OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid onderzoek (2008–2024) toont aan dat leerlingen misconcepties sneller doorzien wanneer zij actief onderzoeken, redeneren en verklaren.
Ondersteunende literatuur
- De Jong (2006) – onderzoekend leren activeert diepere cognitieve processen.
- Zimmerman (2000) – wetenschappelijke redeneervaardigheden ontwikkelen zich vooral in onderzoekende contexten.
📚 2. “Flow‑motivatie is hoger bij directe instructie”
OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid onderzoek (2008–2024) toont aan:
- Flow‑motivatie bij directe instructie: 4,20
- Flow‑motivatie bij onderzoekend leren: 3,60
- Conclusie ➝ Flow is significant hoger bij directe instructie.
OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid onderzoek (2008–2024) laat zien dat leerlingen met Hoogbegaafdheid meer flow ervaren bij compacte, heldere directe instructie dan bij open opdrachten.
Ondersteunende literatuur
- Csikszentmihalyi (1990) – flow ontstaat bij optimale balans tussen uitdaging en vaardigheid.
- Ghani & Deshpande (1994) – directe instructie kan sterke taakgerichtheid en concentratie oproepen.
📚 3. “Emoties verschillen per aanpak (blij vs. zeker)”
OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid onderzoek (2008–2024) onderscheidt twee dominante emotionele responsen:
Directe instructie
- Blij: 60%
- Zeker: 25%
- Verward: 10%
- Gefrustreerd: 5%
Onderzoekend leren
- Blij: 35%
- Zeker: 55%
- Verward: 5%
- Gefrustreerd: 5%
OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid onderzoek (2008–2024) toont aan dat Directe instructie leerlingen met Hoogbegaafdheid meer plezier en onderzoekend leren meer zekerheid geeft.
Deze emotionele patronen bepalen motivatie en doorzettingsvermogen.
📚 4. “Taakrelevantie blijft gelijk wanneer de taak goed ontworpen is”
OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid onderzoek (2008–2024) toont aan:
- Taakrelevantie bij directe instructie: 3,85
- Taakrelevantie bij onderzoekend leren: 3,90 ➝ Geen verschil.
OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid onderzoek (2008–2024) toont dat leerlingen taakrelevantie even hoog beoordelen bij zowel directe instructie als onderzoekend leren, mits de taak helder en betekenisvol is.
Ondersteunende literatuur
- Keller & Kopp (1987) – taakrelevantie is een ontwerpvariabele, geen methode‑eigenschap.
📚 5. “Leerontwikkeling is de sleutel tot duurzaam succes”
- OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid onderzoek (2008–2024) laat zien dat duurzame groei ontstaat wanneer leerlingen worden begeleid in het:
- Transformatief Proces (De Jong, 2002; Zimmerman, 2000)
- Regulatief Proces (De Jong, 2002; Zimmerman, 2000),
- meta‑cognitief denken (Bransford & Nitsch, 1978; Brown et al., 1983),
- en de flow‑motivatie (Csikszentmihalyi, 1990).
- Niet als extra programma, maar geïntegreerd in dagelijkse instructie in de reguliere klas.
5. Hoe ouders de school kunnen ondersteunen
Ouders kunnen school helpen met de instructie van de leerkracht aan hun eigen leerling met Hoogbegaafdheid. Wanneer de ouders de leerkracht(en) van de school weten te enthousiasmeren voor het geven van instructie vanuit leerontwikkeling, is er al veel terrein gewonnen. Leerlingen met Hoogbegaafdheid hoeven dan niet langer te overleven in het schoolsysteem, maar kunnen zich ontwikkelen op een manier die past bij hun cognitieve en emotionele groei.
De website van OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid geeft ouders de mogelijkheden om over te gaan tot die hulp en spreekt de hoop uit dat school zich constructief wil opstellen. Ouders weten veelal precies wat de mogelijkheden en talenten zijn van hun kind met Hoogbegaafdheid.
Op basis van het bovenstaande empirische onderzoek uitgevoerd door OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid kunnen ouders de leerkracht van school helpen met:
- instructie afstemmen op de manier van denken van de leerling met Hoogbegaafdheid,
- misconcepties herkennen en doorbreken,
- motivatie versterken via cognitieve uitdaging,
- regulatieve functies in de klas voor einde van de school periode in groep 8 opbouwen,
- leerontwikkeling tot centraal onderdeel van de instructie maken.
OrOnDi Praktijk voor Hoogbegaafdheid geeft op deze pagina een paar zeer eenvoudige gerichte aanpassingen in de instructie van de leerkracht. Daardoor krijgen leerlingen met Hoogbegaafdheid — als volwaardig onderdeel van hun eigen groep — onderwijs dat wél aansluit bij wie zij zijn en hoe zij denken.
📚 Literatuurlijst
ARTE TV, arte.tv / de / videos / 123890-003-A / dient-schulbildung-wirklich-dem-allgemeinwohl /

Betts, G. T., & Neihart, M. (1988). Profiles of the gifted and talented. Gifted Child Quarterly, 32(2), 248–253.
Bransford, J. D., Brown, A. L., & Cocking, R. R. (2000). How people learn: Brain, mind, experience, and school. National Academy Press.
Bransford, J. D., & Nitsch, K. (1978). Going beyond the information given. In R. C. Anderson, R. J. Spiro & W. E. Montague (Eds.), Schooling and the acquisition of knowledge (pp. 177–205). Erlbaum.
Brown, A. L., Bransford, J. D., Ferrara, R. A., & Campione, J. C. (1983). Learning, remembering, and understanding. In J. H. Flavell & E. M. Markman (Eds.), Handbook of child psychology (Vol. 3, pp. 77–166). Wiley.
Csikszentmihalyi, M. (1990). Flow: The psychology of optimal experience. Harper & Row.
Dede, C. (2008). A seismic shift in epistemology. EDUCAUSE Review, 43(3), 80–81.
Dede, C. (2009). Comparing frameworks for 21st century skills. Harvard Graduate School of Education.
De Jong, T. (2006). Computer simulations: Technological advances in inquiry learning. Science, 312(5773), 532–533.
Diamond, A. (2013). Executive functions. Annual Review of Psychology, 64, 135–168.
Ghani, J. A., & Deshpande, S. P. (1994). Task characteristics and the experience of optimal flow in human–computer interaction. The Journal of Psychology, 128(4), 381–391.
Keller, J. M., & Kopp, T. W. (1987). Application of the ARCS model of motivational design. Florida State University.
Merrill, M. D. (2002). First principles of instruction. Educational Technology Research and Development, 50(3), 43–59.
Merrill, M. D. (2007). A task-centered instructional strategy. Journal of Research on Technology in Education, 40(1), 5–22.
Mönks, F. J., & Ypenburg, I. H. (1993). Hoogbegaafde kinderen in Nederland. Van Gorcum.
Neihart, M. (1999). The impact of giftedness on psychological well-being. Roeper Review, 22(1), 10–17.
Renzulli, J. S. (1978). What makes giftedness? Reexamining a definition. Phi Delta Kappan, 60(3), 180–184.
Siegle, D., & McCoach, D. B. (2005). Motivating gifted students. Gifted Child Quarterly, 49(4), 295–308.
Span, P. (1988). Zelfwaardering bij hoogbegaafde jongeren. Pedagogische Studiën, 65(3), 145–158.
Wiske, M. S., Franz, K. R., & Breit, L. (2001). Teaching for understanding with technology. Jossey-Bass.
Zimmerman, B. J. (2000). Attaining self-regulation: A social cognitive perspective. In M. Boekaerts, P. R. Pintrich & M. Zeidner (Eds.), Handbook of self-regulation (pp. 13–39). Academic Press.